Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging nareis asiel. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 20 juni 2025 waarin de minister werd opgedragen binnen acht weken te beslissen, tenzij nader onderzoek nodig was.
De minister heeft niet binnen deze termijn een besluit genomen en heeft geen verweerschrift ingediend, waardoor onduidelijk is wanneer een beslissing wordt verwacht. De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk ondanks het ontbreken van een ingebrekestelling, vanwege de eerdere rechterlijke termijnstelling.
De rechtbank legt de minister een nadere beslistermijn van twee weken op en verbindt daaraan een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het griffierecht. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 22 mei 2026.