ECLI:NL:RBDHA:2026:13537
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
De rechtbank Den Haag beoordeelt het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag af te wijzen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft beroep ingesteld, maar de rechtbank doet uitspraak zonder zitting met toestemming van partijen.
De kern van de beoordeling betreft het procesbelang van eiser. De minister heeft meegedeeld dat eiser op 9 april 2026 met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft bevestigd geen contact meer met hem te hebben. Volgens vaste rechtspraak heeft een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt geen procesbelang meer, tenzij er recente aanwijzingen zijn dat hij nog contact onderhoudt of prijs stelt op bescherming.
Gezien het ontbreken van contact en het niet melden bij het COA na vertrek, concludeert de rechtbank dat eiser geen actueel en reëel belang meer heeft bij de procedure. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.