ECLI:NL:RBDHA:2026:13767
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk
Eiser, met Oekraïense nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling werd genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is op Frankrijk vanwege vermeende systeemfouten en schendingen van mensenrechten, onderbouwd met diverse rapporten en persoonlijke ervaringen. Hij stelde dat hij in Frankrijk geen adequate opvang, werkrecht, voedsel en medische zorg had.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet geldt voor Frankrijk. De aangevoerde landeninformatie en persoonlijke omstandigheden rechtvaardigen geen afwijking van dit beginsel. Ook is niet gebleken dat klagen bij Franse autoriteiten zinloos is.
Verder vond de rechtbank dat de minister terecht geen toepassing gaf aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening, omdat er geen bijzondere, individuele omstandigheden zijn die een overdracht aan Frankrijk onredelijk maken.
Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.