De minister van Asiel en Migratie legde op 25 april 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser, die nog steeds van kracht is. De rechtbank heeft deze maatregel eerder getoetst op 24 oktober 2025 en toen als rechtmatig beoordeeld. De huidige beoordeling richt zich op het voortduren van de maatregel sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 21 oktober 2025.
Eiser stelde dat de minister onvoldoende voortvarend handelde bij de uitzetting naar Nigeria, met name omdat onduidelijk is of een derde presentatie bij de Nigeriaanse autoriteiten is ingepland. De rechtbank oordeelt dat de minister maandelijks rappelleert bij de Nigeriaanse autoriteiten en maandelijks vertrekgesprekken voert met eiser, wat voldoende voortvarendheid toont.
Daarnaast voerde eiser aan dat het zicht op uitzetting naar Nigeria ontbreekt. De rechtbank stelt dat er geen reden is om aan te nemen dat het zicht ontbreekt, mede omdat op 13 oktober 2025 een aanvraag voor een laissez-passer is ingediend en de Nigeriaanse autoriteiten deze in behandeling nemen. Het feit dat eerdere maatregelen niet tot uitzetting leidden, betekent niet dat de huidige maatregel niet zal leiden tot uitzetting.
De rechtbank ziet geen aanleiding om de maatregel van bewaring op te heffen en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.