Deze uitspraak betreft een beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie op een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 23 mei 2025 waarin de minister werd opgedragen binnen acht weken te beslissen, tenzij nader onderzoek nodig was.
Eiser stelde beroep in omdat de minister niet binnen de gestelde termijn een besluit had genomen. Hoewel normaal gesproken een ingebrekestelling vereist is, oordeelt de rechtbank dat dit in dit geval niet nodig was vanwege de eerdere uitspraak en het verstreken van de beslistermijn. De minister heeft geen verweerschrift ingediend, waardoor onduidelijk bleef wanneer een besluit zou volgen.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en gegrond, en legt de minister een nadere beslistermijn van twee weken op. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Daarnaast moet de minister het griffierecht en proceskosten van eiser vergoeden.