Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging nareis asiel. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin de minister werd opgedragen binnen acht weken te beslissen, tenzij nader onderzoek nodig was.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is, ook zonder ingebrekestelling, omdat de termijn uit de eerdere uitspraak inmiddels is verstreken zonder besluit. De minister heeft geen verweerschrift ingediend, waardoor onduidelijk is wanneer een besluit wordt genomen.
De rechtbank stelt een nadere beslistermijn van twee weken na verzending van deze uitspraak vast en legt een dwangsom van € 100,- per dag op, met een maximum van € 15.000,-. De bestuurlijke dwangsom wordt niet opnieuw vastgesteld omdat de minister reeds in verzuim is. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier C.A.A.W. van der Heijden op 1 mei 2026.