Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op zijn nareisaanvraag, nadat de rechtbank in een eerdere uitspraak van 1 oktober 2024 een beslistermijn van acht weken had gesteld. De minister heeft deze termijn niet nageleefd en geen verweerschrift ingediend.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en gegrond en legt de minister een nieuwe beslistermijn van twee weken op om alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd, met een maximum van € 15.000,-, voor het geval de minister opnieuw niet tijdig beslist.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht en een proceskostenvergoeding van € 467,- toegekend, aangezien eiser een professionele gemachtigde heeft ingeschakeld. De rechtbank ziet geen aanleiding tot het houden van een zitting en baseert haar oordeel op de stukken.