Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.Het procesverloop
2.De feiten
“De heer [naam 1] (complexbeveiliger van G4S) heeft een schriftelijke melding gedaan bij de heer [naam 2] (teamleider beveiliging) over uw niet integere c.q. ongewenste gedrag jegens vrouwelijke collega’s, te weten: (…). Zij hebben op verzoek van de heer [naam 2] een schriftelijke melding opgesteld.
- u bij een vrouwelijke collega een zoen op de wang heeft gegeven, die door een draai van het hoofd op de mond terechtkwam;
- u naar een teamleider heeft gefloten en
- u een vrouwelijke collega een kus in haar nek heeft gegeven.
“(…)Gebeurtenissen/feitencomplex
3.Het verzoek
4.Het verweer
5.De beoordeling
‘de kus in de nek in de meldkamer’wordt bevestigd door getuige [getuige 1] , die zag dat meldster een schrikbeweging maakte. Zijn aanwezigheid die dag in de meldkamer wordt bevestigd door het roostersysteem.