Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1] , [eiser 2] en [eiser 3] , eisers,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
“Nee, ik ben in de ochtend wakker geweest, ontbijten, tanden poetsen, douchen. Ik ben wakker gebleven en daarna ging ik weer terug naar mijn kamer.”De rechtbank volgt verweerder niet in de overweging dat het feit dat hierover in eerste instantie summier is verklaard, duidt op ongeloofwaardigheid. Daarbij is van belang dat nadere detaillering na doorvragen in een gehoor een normaal en te verwachten verloop is van een gehoorgesprek en op zichzelf niet af doet aan de consistentie van de verklaringen. Ook motiveert verweerder onvoldoende waarom deze verklaringen van [eiser 1] oppervlakkig zijn en niet getuigen van een persoonlijk verhaal. Ten aanzien van de gestelde huisinval is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiser daarover vaag, algemeen en summier verklaard heeft. Eiser verklaart op dit punt -samengevat- dat hij uit zijn kamer kwam, op de overloop, vervolgens de woonkamer en dat hij niks kon zien. Pas op de veranda zag hij dat zijn oma en tante op de grond lagen, twee mannen bij hen stonden en dat een man bij de deur naar hem keek, dat hij bang was dat de man hem zou vermoorden, dat hij terug rende naar zijn kamer en uit zijn raam sprong. Hij zag en voelde en kogel langs zich passeren en hij hield zich vervolgens schuil in de steegjes achter het huis. De rechtbank is van oordeel dat [eiser 1] consistent en gedetailleerd heeft verklaard, over zijn waarneming van de inval, over de wijze waarop hij via een raam in de woning heeft kunnen ontkomen, hoe hij zich vervolgens in de buurt van de woning heeft schuilgehouden en de daarbij opgelopen verwondingen. Verweerder heeft op dit onderdeel niet kenbaar doorgevraagd naar relevante details van de gebeurtenis en de directe nasleep daarvan.