ECLI:NL:RVS:2022:1532
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onderzoek naar adequate opvang bij afwijzing asielaanvragen niet-begeleide minderjarigen uit Tsjetsjenië
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de rechtbank die de afwijzing van asielaanvragen van drie vreemdelingen uit Tsjetsjenië vernietigde. De vreemdelingen hadden driemaal asiel aangevraagd, waarvan de eerste twee keren Polen verantwoordelijk was voor de behandeling. De derde aanvraag werd ingediend toen zij nog minderjarig waren. De staatssecretaris had de aanvragen afgewezen en voor twee vreemdelingen terugkeerbesluiten genomen, maar voor de derde niet, omdat eerst onderzoek naar adequate opvang in het land van terugkeer moest plaatsvinden.
De Afdeling oordeelt dat het besluit voor de derde vreemdeling geen terugkeerbesluit is en dat de staatssecretaris verplicht is dit onderzoek naar opvang voortvarend te verrichten en in het besluit te motiveren. De termijn van ruim tweeënhalf jaar is te lang en onvoldoende toegelicht. Voor de eerste twee vreemdelingen, inmiddels meerderjarig, geldt dat het onderzoek naar opvang tijdens de asielprocedure had moeten plaatsvinden of in het besluit toegelicht moet worden waarom dat niet kon.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten. De staatssecretaris moet nieuwe besluiten nemen waarin het onderzoek naar opvang wordt betrokken en gemotiveerd, waarbij rekening wordt gehouden met de leeftijd en voortgang van het onderzoek.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met de verplichting om nieuwe besluiten te nemen over het onderzoek naar adequate opvang.