ECLI:NL:RBDHA:2026:1417
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning familie- of gezinslid wegens ontbreken hechte persoonlijke banden
Eiseres, met de Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid bij haar zus (referente) in Nederland. De aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat niet was voldaan aan de vereisten van artikel 8 EVRM Pro, met name het ontbreken van hechte en persoonlijke banden tussen eiseres en referente.
De rechtbank oordeelt dat de aanvraag terecht als reguliere aanvraag is beoordeeld en niet als nareisaanvraag, omdat de termijn van drie maanden na het verkrijgen van de zelfstandige verblijfsvergunning door referente was overschreden zonder verschoonbare reden. Verder is vastgesteld dat de zorg en het gezinsleven tussen eiseres en referente sinds jaren niet meer bestond, mede doordat referente al geruime tijd niet meer verantwoordelijk was voor de fysieke en praktische zorg van eiseres.
Eiseres stelde dat de relatie vergelijkbaar was met die van ouder en kind en dat het gezinsleven door de vlucht van referente was verbroken, maar de rechtbank vond dit onvoldoende om de afwijzing te vernietigen. Ook het feit dat alleen referente is gehoord en niet eiseres zelf, acht de rechtbank niet onzorgvuldig. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning als familie- of gezinslid wordt ongegrond verklaard.