ECLI:NL:RBDHA:2026:14228

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
24/6397
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.2.1 WlzArt. 3.1.5 Besluit langdurige zorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag Wlz-indicatie voor vierjarig kind met syndroom van Down

Eiseres, wettelijk vertegenwoordigster van haar zoon met het syndroom van Down, verzocht om een indicatie voor langdurige zorg (Wlz) in de vorm van een persoonsgebonden budget. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) wees de aanvraag af, omdat niet kon worden vastgesteld dat de zorgbehoefte van het kind blijvend was. De rechtbank behandelde het beroep op 15 mei 2026.

De rechtbank overwoog dat bij kinderen van vier jaar permanente zorg gebruikelijk is, maar dit niet automatisch recht geeft op Wlz-zorg. Het CIZ baseerde zich op medisch advies waarin werd vastgesteld dat het kind momenteel een noodzaak heeft voor 24 uur zorg in de nabijheid, maar dat de blijvende aard daarvan niet kon worden vastgesteld vanwege mogelijke ontwikkeling en behandeling.

Eiseres stelde dat het CIZ onvoldoende medische informatie had opgevraagd en dat het IQ van het kind zeer laag was, wat onvoldoende werd meegewogen. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat het CIZ terecht het besluit handhaafde. De toekenning van dubbele kinderbijslag door de Sociale Verzekeringsbank werd niet relevant geacht.

De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat eiseres vrij staat een nieuwe aanvraag in te dienen indien de zorgbehoefte in de toekomst blijvend blijkt. Het griffierecht wordt niet teruggegeven en proceskosten worden niet vergoed.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en handhaaft de afwijzing van de Wlz-indicatie omdat geen blijvende behoefte aan 24 uur zorg is vastgesteld.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/6397

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , in de hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigster van[zoon van eiseres] ( [zoon van eiseres] ), uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. R.G.A.M. van den Heuvel),
en

het Centrum Indicatiestelling Zorg, het CIZ

(gemachtigde: mr. L.M.R. Kater).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) voor haar zoon [zoon van eiseres] .
1.1.
Het CIZ heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 30 november 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 4 juli 2024 op het bezwaar van eiseres is het CIZ bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
Het CIZ heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 15 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, vergezeld door [zoon van eiseres] en begeleidster S. Kalai en bijgestaan door haar gemachtigde, en de gemachtigde van het CIZ.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. [zoon van eiseres] is geboren op [geboortedatum] 2020 en heeft het syndroom van Down. Op
25 oktober 2023 heeft eiseres een aanvraag ingediend voor langdurige zorg in het kader van de Wlz de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb). Om de aanvraag te beoordelen heeft het CIZ op 30 november 2023 een huisbezoek afgelegd, dossieronderzoek gedaan en medische informatie opgevraagd. Op 8 mei 2024 heeft de medisch adviseur een medisch advies uitgebracht. Op 6 juni 2024 heeft de medisch adviseur het advies aangevuld op basis van aanvullende stukken die zijn ontvangen door het CIZ. Vervolgens heeft het CIZ het primaire besluit genomen.
2.1.
Met het bestreden besluit heeft het CIZ de afwijzing gehandhaafd. Onder verwijzing naar het medisch advies van 8 mei 2024, zoals aangevuld op 6 juni 2024, overweegt het CIZ dat in het geval van [zoon van eiseres] de grondslagen verstandelijke en lichamelijke handicap van toepassing zijn en dat momenteel sprake is van een noodzaak voor 24 uur zorg in de nabijheid vanwege de beperkingen die voortkomen uit de vastgestelde grondslagen. Op dit moment kan volgens het CIZ echter nog niet worden vastgesteld dat de huidige zorgbehoefte blijvend zal zijn. Dit omdat door verdere behandeling, begeleiding en ontwikkeling (door het ouder worden) de zorgbehoefte van [zoon van eiseres] kan afnemen. Daarom kan thans niet worden vastgesteld welke ondersteuning hij in de toekomst nodig zal hebben.
2.2.
Naar aanleiding van de in beroep overgelegde medische informatie heeft de medisch adviseur van het CIZ op 29 augustus 2024 een aanvullend medisch advies uitgebracht.
Wat vindt eiseres in beroep?
3. Eiseres is van mening dat de aanvraag ten onrechte is afgewezen. Volgens haar heeft [zoon van eiseres] wel een blijvende behoefte aan permanent toezicht en/of 24 uur zorg in de nabijheid. Eiseres stelt dat het CIZ ten onrechte deels heeft verzuimd medische informatie op te vragen bij de kinderarts/cardioloog, het Down team en de huisarts. Daarnaast heeft het CIZ ten onrechte de resultaten van het onderzoek van 16 juli 2024 van de psycholoog [naam 1] , werkzaam bij Together Psychologie, niet afgewacht alvorens het bestreden besluit te nemen. De medisch adviseur gaat in het advies van 29 augustus 2024 deels voorbij aan het uitzonderlijk lage TIQ (totale intelligentiequotiënt) van <55 en doet daarmee onvoldoende recht aan de ernst van de beperkingen van [zoon van eiseres] . Verder wijst eiseres er op dat de Sociale Verzekeringsbank (Svb) dubbele kinderbijslag heeft toegekend, omdat [zoon van eiseres] intensieve zorg nodig heeft.
Wat oordeelt de rechtbank?
4. In artikel 3.2.1 van de Wlz is het recht op zorg geregeld. Om in aanmerking te komen voor een indicatie voor Wlz-zorg moet de verzekerde kort samengevat een blijvende behoefte hebben aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid.
4.1. Permanent toezicht houdt in dat er sprake is van onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende 24 uur, waardoor tijdig kan worden ingegrepen ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel. Verzekerde kan niet meer beoordelen of aangeven dat hulp noodzakelijk is. Van 24 uur zorg in de nabijheid is sprake als de verzekerde niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen om ernstig nadeel te voorkomen. Verzekerde heeft door lichamelijke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig of door zware regieproblemen voortdurend behoefte aan begeleiding of overname van taken gedurende 24 uur per dag.
4.2.
Wat onder ernstig nadeel wordt verstaan is geregeld in artikel 3.2.1, tweede lid, onder c, van de Wlz. Hiervan is (onder meer) sprake als de verzekerde zichzelf in ernstige mate verwaarloost of dreigt te verwaarlozen, ernstig lichamelijk letsel oploopt of dreigt op te lopen, dan wel zichzelf ernstig letsel toebrengt of dreigt toe te brengen.
5. De rechtbank stelt voorop dat bij kinderen in de leeftijd van drie of vier jaar, zoals [zoon van eiseres] ten tijde van het bestreden besluit, permanente zorg gebruikelijk is. Vanwege hun leeftijd hebben zij sowieso veel toezicht nodig, wat niet zonder meer recht geeft op Wlz-zorg. Dat is alleen anders als sprake is van een blijvend laag ontwikkelingsperspectief vanuit een ernstige verstandelijke beperking gecombineerd met een ernstige meervoudige (motorische) beperking.
6. Het CIZ heeft zijn standpunt gebaseerd op het medisch advies van 8 mei 2024, zoals aangevuld op 6 juni 2024. Dit advies is opgesteld door drs. [naam 2] , arts indicatie en advies KNMG, en medisch adviseur bezwaar en beroep ten behoeve van het CIZ. Naar aanleiding van wat in beroep is aangevoerd heeft de medisch adviseur op 29 augustus 2024 een aanvullend advies opgemaakt. Volgens dat laatste advies bevestigen de resultaten van het onderzoek van Together Psychologie dat [zoon van eiseres] momenteel functioneert op een laag cognitief niveau. Het onderzoek betreft slechts een momentopname. Op vierjarige leeftijd bevindt [zoon van eiseres] zich nog in een cruciale fase van groei en ontwikkeling. Met name kinderen met het syndroom van Down kunnen in deze jonge jaren op verschillende ontwikkelingsgebieden nog aanzienlijke vooruitgang boeken. Verder benadrukt de psycholoog om voorzichtig om te gaan met de interpretatie van de resultaten. Verschillende factoren, zoals de jonge leeftijd, de beperkte verbale vaardigheden, de nog niet ontwikkelde werkhouding en onbekendheid met de testsituatie en de taken, kunnen de testresultaten hebben beïnvloed. Gezien de jonge leeftijd en de complexiteit van de ontwikkeling is het op dit moment niet mogelijk om definitieve uitspraken te doen over het toekomstig niveau van functioneren. Verdere observatie, ondersteuning en herhaalde evaluaties over tijd zullen een beter beeld geven van het ware potentieel en ontwikkelingstraject van [zoon van eiseres] . Zorg en ondersteuning vanuit de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is daarbij essentieel.
7. Een bestuursorgaan dat bij de besluitvorming gebruik maakt van een advies van een medisch adviseur mag volgens vaste rechtspraak in het algemeen op dat advies afgaan, mits is gebleken dat dit advies volledig is en op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Het ligt vervolgens op de weg van eiseres om medische stukken te overleggen die aan het medisch advies doen twijfelen.
8.
De medisch adviseur heeft dossierstudie verricht, de in het dossier aanwezige medische informatie bestudeerd en aanvullende medische informatie opgevraagd bij de huisarts en kinderarts van [zoon van eiseres] . Op basis van deze informatie stelt de medisch adviseur vast dat [zoon van eiseres] onder andere een achterstand heeft in de grove motoriek. Met betrekking tot het gedrag en de ontwikkeling volgt uit de informatie dat dit wisselt tussen makkelijke en iets lastigere spraak. Er is op dit moment nog geen duidelijkheid over het uiteindelijk niveau van functioneren van [zoon van eiseres] , waardoor het lastig is om uitspraken te doen over de grondslagen. Gezien de aard en mate van de klachten en beperkingen en het onderliggend lijden, kunnen volgens de medisch adviseur met enige voorzichtigheid de grondslagen verstandelijke en lichamelijke handicap worden vastgesteld. Daarnaast is het evident dat er voor een vierjarig kind significante beperkingen aanwezig zijn. Momenteel is sprake van een noodzaak voor 24 uur zorg in de nabijheid. Nog niet kan worden vastgesteld dat dit een blijvende noodzaak is. Ten tijde van het advies in bezwaar heeft nog geen onderzoek naar het cognitief functioneren plaatsgevonden. Nadere behandeling, begeleiding, ontwikkeling door het ouder worden en een eventuele vorm van onderwijs dient te worden afgewacht alvorens kan worden bezien op welk niveau [zoon van eiseres] blijvend zal functioneren en welke mate en intensiteit van ondersteuning die zal vergen.
9. Naar het oordeel van de rechtbank is het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig geweest. Het CIZ mocht het bestreden besluit hier dan ook op baseren. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de medisch adviseur de in het dossier aanwezige en opgevraagde (medische) informatie bij het advies heeft betrokken en dat de resultaten op een heldere, inzichtelijke wijze zijn uiteengezet. Dat het CIZ de resultaten van het onderzoek in de vorm van een IQ test van Together Psychologie niet heeft afgewacht alvorens het bestreden besluit te nemen, leidt niet tot een ander oordeel. Het CIZ heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat dit nieuwe informatie betreft die eventueel aanleiding kan geven voor een nieuwe aanvraag. Afgezien hiervan wijst de rechtbank er op dat ook in de rapportage van de psycholoog [naam 1] wordt benadrukt dat de bevindingen een momentopname betreffen, en dat de resultaten voorzichtig moeten worden geïnterpreteerd. Deze deskundige doet naar het oordeel van de rechtbank geen duidelijke uitspraken over de (cruciale) vraag of nu al kan worden vastgesteld dat de intensieve zorgbehoefte van [zoon van eiseres] blijvend is.
10. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat het CIZ zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat in het geval van [zoon van eiseres] niet is gebleken van een
blijvendebehoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid, om ernstig nadeel te voorkomen. Het bestreden besluit is deugdelijk gemotiveerd en met de vereiste zorgvuldigheid tot stand gekomen. Dat de Svb heeft besloten tot toekenning van dubbele kinderbijslag leidt evenmin tot een ander oordeel, omdat de toekenningscriteria en het doel van die regeling wezenlijk verschillen van de hier toe te passen regelgeving. [1]
11. Wellicht ten overvloede wijst de rechtbank er op dat het bestreden besluit betrekking heeft op de periode tussen de aanvraag en het bestreden besluit. Inmiddels is [zoon van eiseres] zes jaar. Voor zover er thans, of in de nabije toekomst, meer aanwijzingen zijn dat de zorgbehoefte van [zoon van eiseres] blijvend is, staat het eiseres vrij om een nieuwe aanvraag in te dienen. De rechtbank wijst daarbij wat de aanspraken van minderjarigen betreft overigens nog wel op het bepaalde in artikel 3.1.5, aanhef en onder b. en c. van het Besluit langdurige zorg. [2]

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een Wlz-indicatie in stand blijft. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, rechter, in aanwezigheid van
mr.E.P.A. Stok, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2026.
griffier
rechter
De rechter is verhinderd om deze uitspraakte ondertekenen.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 28 juni 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1204.
2.Zie in dit verband ook de uitspraak van de rechtbank Midden Nederland van 20 april 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:1560.