Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag van 20 augustus 2024 om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel. De rechtbank stelt vast dat de minister de beslistermijn van 90 dagen, met mogelijke verlenging van drie maanden, heeft overschreden en dat eiser de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld. Hierdoor is het beroep terecht en gegrond.
De rechtbank legt de minister een termijn van acht weken op om alsnog een besluit te nemen, tenzij de minister binnen die termijn besluit tot nader onderzoek en dit schriftelijk aan eiser meedeelt; in dat geval geldt een termijn van twintig weken. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt.
De minister heeft geen verweerschrift ingediend, waardoor onduidelijk is wanneer het besluit zal volgen. De rechtbank veroordeelt de minister ook tot betaling van proceskosten aan eiser van € 467,- vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp. Eiser krijgt vrijstelling van griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en griffier M.H.G.P. Tober op 8 januari 2026.