Uitspraak
1.VERENIGING VAN EIGENAARS [partij B sub 1] ,
3. [partij B sub 3] ,
1.De procedure in de zaak van het verzoek en in de zaak van het tegenverzoek
2.De feiten in de zaak van het verzoek en in de zaak van het tegenverzoek
De (aangepaste) notulen van de Algemene Ledenvergadering dd 28 mei 2024 worden vastgesteld en getekend.
[bedrijfsnaam] v.o.f. (hierna ook genoemd ‘ [bedrijfsnaam] ’) aan te stellen als bestuurder en als beheerder van [partij B sub 1] op basis van het beschreven pakket “pakket I” in de eerder rondgestuurde offerte van [bedrijfsnaam] . (…)”
3.Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek
4.De beoordeling
de kantonrechterbevoegd te oordelen over een verzoek tot vernietiging van een vve-besluit. Het is in beginsel
de rechtbank, die oordeelt over de nietigheid van besluiten. In zijn arrest van 10 juli 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1275) heeft de Hoge Raad echter overwogen dat in een verzoekschriftprocedure bij de kantonrechter tot vernietiging van een besluit van een orgaan van de vve op de voet van artikel 5:130 lid 1 BW Pro in verbinding met artikel 2:15 BW Pro tevens een beroep op de nietigheid van dat besluit aan de orde kan worden gesteld.
De vergadering besluit (nogmaals,, want in feite ook al gedaan in de vergadering dd 28 mei 2024”om [bedrijfsnaam] te benoemen als bestuurder. Het ‘nieuwe’ besluit is een bevestiging van wat al er al besloten is in de vergadering van 28 mei 2024. Dit ziet de kantonrechter niet als een formeel besluit. Ook deze passsage komt daarom niet voor nietigverklaring of vernietiging in aanmerking. Het geschil spitst zich daarmee toe op de twee besluiten zoals hiervoor onder 2.9. weergegeven.