Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
3. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, omdat de minister eiser ten onrechte niet in de gelegenheid heeft gesteld om zijn bezwaren tegen de overdracht kenbaar te maken. De rechtbank ziet echter aanleiding om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het overdrachtsbesluit
Artikel 4 van Pro het Handvest en eisers persoonlijke omstandigheden
hate crimestegen LHBTI-personen gerapporteerd in maart 2025. De minister heeft er in dit verband terecht op gewezen dat de golf van
hate crimesom verschillende incidenten gaat en dat hieruit niet volgt dat overdracht in geval van eiser zou leiden tot een schending van artikel 4 van Pro het Handvest. De rechtbank is verder van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser zijn vrees om (opnieuw) slachtoffer te worden van mensenhandel in Oostenrijk niet nader heeft onderbouwd. Evenmin is gebleken dat hij zich niet tot de Oostenrijkse autoriteiten zou kunnen wenden. De rechtbank overweegt tot slot dat de aangifte van mensenhandel de vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat niet anders maakt.
Conclusie en gevolgen
€ 934,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.335,-.