Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Sufi en Elmivan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (afgekort: EHRM).
Sufi en Elmi [15] en de hiervoor genoemde uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank. Bij de beoordeling van dat beroep is van belang dat het EHRM twee situaties onderscheidt:
wel veroorzaakt door doelbewust handelen of nalatenvan een overheid of niet-overheidsactor
niet veroorzaakt door doelbewust handelen of nalatenvan een overheid of niet-overheidsactor.
‘ability to cater for his most basic needs, such as food, hygiene and shelter, his vulnerability to ill-treatment and the prospect of his situation improving within a reasonable time-frame.’ In de tweede situatie, waarin de humanitaire situatie niet meer gerelateerd kan worden aan de strijdende partijen, geldt de ‘zwaardere toets’ en in dat geval is slechts sprake van refoulement in
‘very exceptional circumstances where the humanitarian grounds against removal are compelling’.Het is in de eerste plaats aan eiser om dergelijke risico’s op refoulement aannemelijk te maken.
‘people in need’betreffen, eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hijzelf in dergelijke omstandigheden zal belanden en
‘a person in need’zal worden bij terugkeer naar [plaats] . Ook al zou dus de zwaardere toets ten onrechte zijn toegepast, en moet worden uitgegaan van het gegeven dat de humanitaire omstandigheden een doelbewuste gevolg van de thans strijdende partijen is, dan nog heeft eiser niet met bronnen of andere objectieve bewijsmiddelen aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer naar [plaats] niet zal kunnen voorzien in de meest basale levensbehoeftes zoals voedsel, hygiëne en onderdak. Ter zitting heeft verweerder in dit kader aan eiser kunnen tegenwerpen dat eiser verklaard heeft dat hij eerst bij zijn moeder gewoond heeft, dat ook zijn twee zussen en zijn zwager in Syrië wonen en dat zijn zwager daar werkt en eiser bij terugkeer naar [plaats] over een netwerk beschikt. Niet gebleken is dat eiser niet meer op dit netwerk kan terugvallen. Een schending van het refoulementverbod bij terugkeer van eiser naar [plaats] , ongeacht of de humanitaire situatie doelbewust is veroorzaakt door actoren in het conflict of niet, is dan ook niet aannemelijk.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van €1.868,-.