ECLI:NL:RBDHA:2026:14924
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken procesbelang na remigratie
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor verlenging van zijn gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA). De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag af op basis van een negatief advies van het UWV. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om gedurende de bezwaarprocedure in Nederland te mogen verblijven en werken.
De voorzieningenrechter beoordeelde het procesbelang van verzoeker. Uit het dossier bleek dat verzoeker op 27 januari 2026 was geremigreerd naar China, hetgeen door zijn advocaat werd bevestigd. Hierdoor was het doel van het verzoek, namelijk verblijf en arbeid in Nederland tijdens de bezwaarprocedure, komen te vervallen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat verzoeker geen procesbelang meer had bij het verzoek om voorlopige voorziening. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor vergoeding van proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na remigratie naar China.