ECLI:NL:RBDHA:2026:1497
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ministeriële afwijzing machtiging voorlopig verblijf niet in stand wegens niet-betrekken bijzondere omstandigheden
Eisers, ouders en broers van een referent met een verblijfsvergunning, dienden een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij hun zoon en broer te verblijven. De minister wees deze aanvraag af en handhaafde dit besluit na bezwaar. Eisers stelden dat de minister ten onrechte de bijzondere omstandigheden, waaronder de gedwongen scheiding en detentie, niet had meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat de minister in eerdere procedures had toegezegd deze bijzondere omstandigheden bij een reguliere aanvraag in het voordeel van eisers te betrekken. De minister had dit niet gedaan en beriep zich op gewijzigde jurisprudentie, maar de toezegging bleef rechtsgeldig. De rechtbank stelde vast dat de minister de bijzondere omstandigheden niet had betrokken bij de beoordeling van de gezinsband en het gezinsleven.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen waarin de bijzondere omstandigheden worden meegewogen. Tevens wees de rechtbank proceskosten toe aan eisers. Het beroep werd gegrond verklaard.
Uitkomst: Het besluit van de minister wordt vernietigd omdat de bijzondere omstandigheden van eisers niet zijn betrokken; de minister moet een nieuw besluit nemen.