ECLI:NL:RBDHA:2026:1497
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Jongvolwassenenbeleid en de beoordeling van bijzondere omstandigheden in asielzaken
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedateerd 29 januari 2026, wordt het beroep van eisers gegrond verklaard. Eisers, ouders en broers van een referent die in 2015 een verblijfsvergunning asiel heeft gekregen, hebben een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij de referent te kunnen verblijven. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag afgewezen, omdat de bijzondere omstandigheden van eisers niet in de beoordeling zijn betrokken. De rechtbank oordeelt dat de minister deze omstandigheden wel degelijk moet meewegen, vooral gezien eerdere toezeggingen van de minister in een eerdere procedure. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit van de minister en draagt hem op om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere omstandigheden van eisers. De rechtbank wijst ook het verzoek om vrijstelling van het griffierecht toe en kent eisers een proceskostenvergoeding toe van € 1.814,-.