Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 6 januari 2026 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat België volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelde dat zijn individuele ervaringen in België, waaronder gebrek aan huisvesting en angst voor geweld, onvoldoende zijn meegewogen en dat toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening had moeten plaatsvinden.
De rechtbank overwoog dat België in beginsel verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ervan uitgaat dat lidstaten hun verplichtingen nakomen. Hoewel eerdere jurisprudentie voor niet-kwetsbare alleenstaande mannen beperkingen in opvang in België constateerde, is volgens de rechtbank op basis van recente informatie van Belgische autoriteiten weer toegang tot opvang mogelijk.
De rechtbank concludeerde dat de individuele omstandigheden van eiser geen reden geven om het vertrouwensbeginsel te doorbreken en dat er geen aanwijzingen zijn dat overdracht naar België leidt tot schending van artikel 4 van Pro het Handvest. Ook is geen aanleiding om de asielaanvraag inhoudelijk te beoordelen op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.