ECLI:NL:RBDHA:2026:15055
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging gecombineerde vergunning verblijf en arbeid voor kok in Aziatische horeca na vervallen regeling
Eiser, een Bengaalse kok, verzocht om verlenging van zijn gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) om te werken bij een Aziatisch restaurant. Verweerder wees de aanvraag af op basis van een negatief UWV-advies, dat stelde dat er voldoende prioriteitgenietend aanbod was en dat de referent onrealistische functie-eisen stelde.
Eiser betwistte het UWV-advies en voerde onder meer aan dat het vervallen van de Regeling Aziatische horeca en de toets aan specifieke functie-eisen niet correct was toegepast, en dat het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel waren geschonden. De rechtbank oordeelde dat het vervallen van de regeling en de toets vooraf was aangekondigd en dat het UWV-advies zorgvuldig en inzichtelijk was opgesteld.
De rechtbank stelde vast dat verweerder het UWV-advies terecht aan het besluit ten grondslag heeft gelegd en dat er sprake is van dwingende afwijzingsgronden, waardoor geen belangenafweging hoefde plaats te vinden. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verlenging van de GVVA is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.