ECLI:NL:RBDHA:2026:15104
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis wegens onvoldoende bewijs familierechtelijke relatie
Eisers, allen met de Eritrese nationaliteit, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan in het kader van nareis. De minister wees de aanvraag af omdat de identiteit van eisers en de familierechtelijke relatie met de referent niet voldoende waren aangetoond. Eisers waren niet beschikbaar voor nader onderzoek, wat de minister als reden gaf om de aanvraag te weigeren.
De rechtbank oordeelt dat de minister zich op het standpunt kon stellen dat de overgelegde documenten onvoldoende bewijs leverden, maar dat de minister niet voldeed aan zijn samenwerkingsverplichting. Eisers konden vanwege ernstige omstandigheden, zoals gijzeling en detentie bij pogingen tot uitreizen naar Ethiopië, niet beschikbaar zijn voor nader onderzoek. De rechtbank stelt dat de minister alternatieve bewijsmethoden moet onderzoeken, zoals samenwerking met andere lidstaten met een ambassade in Eritrea of het horen van betrokkenen.
De rechtbank wijst erop dat het verlangen van de minister dat eisers opnieuw naar Ethiopië reizen voor onderzoek onredelijk en onmenselijk is gezien hun eerdere ervaringen. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van € 1.868,-.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd vanwege onvoldoende naleving van de samenwerkingsverplichting door de minister.