Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 januari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Procesverloop
- In 2021 werden twee volgens het Uwv opvallende bijschrijvingen gedaan: een bijschrijving van € 1.100,- naar aanleiding van een betaalverzoek van eiser met de omschrijving ‘Etentje’, en een bijschrijving van € 60,- naar aanleiding van een betaalverzoek van eiser met de omschrijving “Water // filter”.
- In 2021 en 2022 werd contant geld gestort op eisers rekening. Het ging respectievelijk om € 4.500,- en € 1.500,-.
- In 2021 en 2022 deed eiser volgens het Uwv respectievelijk € 1.279,79 en € 222,60 aan bouwgerelateerde uitgaven.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep tegen bestreden besluit I niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen bestreden besluit II ongegrond;
- bepaalt dat het Uwv het griffierecht van € 51,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt het Uwv tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan eiser.
mr.M. Wesselo, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 28 januari 2026.