ECLI:NL:RBDHA:2026:15596
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister over verblijf bij meerderjarige kinderen wegens onvoldoende integrale belangenafweging
Eisers, van Indiase nationaliteit, dienden aanvragen in voor verblijf bij hun meerderjarige kinderen in Nederland. De minister wees deze af wegens het ontbreken van een geldige mvv en het ontbreken van bijkomende elementen van afhankelijkheid die familieleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro zouden rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende een integrale belangenafweging heeft gemaakt waarbij alle relevante elementen zoals samenwoning, financiële, emotionele en medische afhankelijkheid en banden met India in onderlinge samenhang zijn bezien. De minister beoordeelde deze elementen los van elkaar en hield onvoldoende rekening met de feitelijke samenwoning in India en tijdelijke samenwoning na aankomst in Nederland.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eisers.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende integrale beoordeling van familieleven volgens artikel 8 EVRM.