ECLI:NL:RVS:2025:3483
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wegens ontbreken beschermenswaardig familie- en gezinsleven
Betrokkene, een Chileense vrouw die sinds 2020 in Nederland verblijft bij haar dochter, vroeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan. De staatssecretaris wees deze aanvraag af vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf en het ontbreken van vrijstelling op medische gronden of op grond van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit van 31 maart 2023, omdat het medische advies waarop de minister zich baseerde ouder dan zes maanden was en onvoldoende rekening werd gehouden met de medische situatie en mantelzorg. De minister stelde hoger beroep in en voerde aan dat betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat haar medische situatie was gewijzigd en dat er geen sprake was van een mantelzorgsituatie.
De Raad van State oordeelde dat de minister het juiste beoordelingskader had toegepast en dat betrokkene onvoldoende medisch objectief bewijs had geleverd voor haar afhankelijkheid. Tevens concludeerde de Raad dat er geen beschermenswaardig familie- en gezinsleven bestaat tussen betrokkene en haar kinderen en kleinkinderen, mede gelet op het feit dat betrokkene het grootste deel van haar leven in Chili heeft gewoond en daar zorg kan ontvangen.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep wordt ongegrond verklaard. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de aanvraag verblijfsvergunning wordt afgewezen.