Stichting Zorgpartners Midden-Holland heeft namens een (ex-)werkneemster een herbeoordelingsverzoek ingediend bij het UWV over het recht op een WIA-uitkering. Dit verzoek werd op 17 september 2025 ingediend. De rechtbank ontving het beroepschrift op 29 januari 2026 wegens het uitblijven van een beslissing door het UWV.
De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn van negen weken, zoals bepaald in artikel 8:55d Awb, heeft overschreden. Het UWV heeft een dwangsombeslissing genomen van € 1.442,-, maar heeft nog geen inhoudelijke beslissing gegeven. De rechtbank oordeelt dat het uitblijven van een beslissing waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is, een bijzonder geval vormt, waardoor een termijn van negen weken geldt.
De rechtbank legt het UWV op binnen zes weken na verzending van de uitspraak de medische beoordeling te verrichten en binnen drie weken daarna een besluit te nemen. Voor elke dag dat het UWV deze termijn overschrijdt, wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-. Tevens moet het UWV het betaalde griffierecht en proceskosten vergoeden aan eiseres.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op 22 mei 2026 door rechter T.A. Oudenaarden. De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin soortgelijke termijnen en omstandigheden zijn vastgesteld.