ECLI:NL:RBDHA:2026:15765
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ondertekende vertrekverklaring bij asielprocedure
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, diende een tweede asielaanvraag in op grond van zijn biseksuele gerichtheid, welke door de minister werd afgewezen wegens gebrek aan geloofwaardigheid. Na ontvangst van de afwijzing ondertekende eiser op 8 december 2025 een vertrekverklaring van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), waarin hij verklaarde vrijwillig Nederland te verlaten en instemde met beëindiging van openstaande verblijfsprocedures.
De rechtbank oordeelt dat door deze ondertekening eiser in beginsel geen belang meer heeft bij zijn beroep, hetgeen vaste jurisprudentie bevestigt. Ondanks dat eiser op de zitting verklaarde nooit daadwerkelijk te willen vertrekken en onder druk te zijn gezet door de Dienst Terugkeer en Vertrek, blijft de ondertekende verklaring bindend. Eiser gaf ook aan zelf een plan te hebben bedacht om de verklaring te ondertekenen zonder daadwerkelijk te vertrekken.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af, aangezien het beroep is beslist. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Eiser is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege ondertekende vertrekverklaring; het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.