ECLI:NL:RBDHA:2026:15888
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring en zicht op uitzetting naar Algerije
De rechtbank Den Haag heeft op 1 mei 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betoogde dat er geen redelijk vooruitzicht op uitzetting naar Algerije bestaat en dat verweerder een lichter middel had moeten toepassen vanwege ontoereikende medische faciliteiten en psychische klachten.
De rechtbank overwoog dat de maatregel van bewaring tot 24 december 2025 rechtmatig was en richtte zich op de periode daarna. Hoewel de Algerijnse autoriteiten nog niet hebben gereageerd op de laissez-passer aanvraag, is dit niet ongebruikelijk en betekent het niet dat het zicht op uitzetting ontbreekt. Eiser heeft onvoldoende meegewerkt aan het verkrijgen van identiteitsdocumenten, wat het proces vertraagt.
Verder oordeelde de rechtbank dat er geen andere minder dwingende, maar doeltreffende maatregelen beschikbaar zijn. Medische faciliteiten zijn voldoende en psychische klachten zijn onvoldoende onderbouwd om een lichter middel te rechtvaardigen. Ambtshalve toetsing van de rechtmatigheid leverde geen onrechtmatigheden op. Ook het beginsel van non-refoulement en het belang van familie- en gezinsleven staan verwijdering niet in de weg.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.