ECLI:NL:RBDHA:2026:16087

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
NL26.18590
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbAwbDublin-verordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming in asielprocedure

Eisers, allen van Nigeriaanse nationaliteit, hadden een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de aanvraag. Eisers gingen in beroep tegen dit besluit.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en ambtshalve onderzocht of eisers nog procesbelang hadden. De minister meldde dat eisers met onbekende bestemming waren vertrokken. De gemachtigde van eisers gaf aan al geruime tijd geen contact meer te hebben met hen.

Op grond van vaste rechtspraak oordeelde de rechtbank dat eisers geen actueel en reëel belang meer hadden bij de procedure, omdat zij geen prijs meer stelden op de bescherming in Nederland en zich niet meer hadden gemeld bij het COA. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelde zij het besluit niet inhoudelijk. Eisers kregen geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.18590

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam 1] , eiseres,

geboren op [geboortedatum 1] .
V-nummer: [nummer 1] ,
mede namens haar minderjarige kinderen:

[naam 2] ,

geboren op [geboortedatum 2] ,
V-nummer: [nummer 2] ,

[naam 3] ,

geboren op [geboortedatum 3] ,
V-nummer: [nummer 3] ,

[naam 4] ,

geboren op [geboortedatum 4] ,
V-nummer: [nummer 4] ,
allen van Nigeriaanse nationaliteit,
hierna: eisers,
(gemachtigde: mr. U.H. Hansma),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 2 april 2026 niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag.
1.1.
De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb [1] bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het besluit tot het niet in behandeling nemen van de aanvraag van eisers niet inhoudelijk wordt beoordeeld. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Hebben eisers procesbelang?
3. De rechtbank beantwoordt ambtshalve de vraag of eisers procesbelang hebben bij het beroep. De minister heeft op 1 juni 2026 meegedeeld dat eisers met onbekende bestemming (MOB) zijn vertrokken. Op 1 juni 2026 heeft de rechtbank de gemachtigde van eisers een bericht gestuurd met de vraag of er nog procesbelang is. Op dezelfde dag heeft de gemachtigde van eisers meegedeeld dat hij al geruime tijd geen contact heeft met eisers.
3.1.
Uit vaste rechtspraak volgt dat, als de vreemdeling met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de minister te laten weten waar hij verblijft, de vreemdeling nog belang heeft bij zijn beroep als uit recente informatie van zijn gemachtigde van na de MOB-melding blijkt dat deze nog contact onderhoudt met die vreemdeling over de procedure. Dit is alleen anders als er andere concrete aanknopingspunten zijn dat een vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland of dat hij anderszins geen actueel en reëel belang meer heeft. Daarbij moet er, in het licht van het fundamentele belang van recht op toegang tot de rechter en het bieden van doeltreffende en effectieve rechtsbescherming, voorzichtig omgegaan worden met het niet-ontvankelijk verklaren van een beroep op basis van een MOB-melding. [2]
3.2.
Gezien de hiervoor genoemde omstandigheden en gezien de informatie van de gemachtigde van eisers neemt de rechtbank aan dat eisers met onbekende bestemming zijn vertrokken en dat zij geen prijs meer stellen op de door hen aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Ook is niet gebleken dat eisers zich na de MOB-melding weer hebben gemeld bij het COa. [3] Eisers hebben daarom geen rechtens te beschermen belang meer bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak niet inhoudelijk. Eisers krijgen geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 juli 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2662).
3.Centraal Orgaan opvang asielzoekers.