ECLI:NL:RBDHA:2026:16090

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
NL26.14287
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbAwbDublin-verdrag
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming bij asielaanvraag

De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, beoordeeld. De minister had het verzoek afgewezen omdat Spanje verantwoordelijk was voor de aanvraag. De rechtbank besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten.

De kern van de beoordeling betrof het procesbelang van eiser, die op 7 april 2026 met onbekende bestemming was vertrokken. De gemachtigde van eiser had geen contact meer met hem en wist zijn verblijfplaats niet. Volgens vaste rechtspraak heeft een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt alleen procesbelang als er recente contactgegevens zijn die anders doen vermoeden.

Gezien het ontbreken van contact en het niet melden bij het COA, concludeerde de rechtbank dat eiser geen actueel en reëel belang meer heeft bij de procedure. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelde zij het besluit niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen procesbelang meer heeft.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.14287

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

geboren op [geboortedatum] ,
van Algerijnse nationaliteit,
V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. M.S. Dunant Maurits),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 13 maart 2026 niet in behandeling genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de aanvraag.
1.1.
De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb [1] bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het besluit tot het niet in behandeling nemen van de aanvraag van eiser niet inhoudelijk wordt beoordeeld. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Hebben eisers procesbelang?
3. De rechtbank beantwoordt ambtshalve de vraag of eiser procesbelang heeft bij het beroep. De minister heeft op 7 april 2026 meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken. Op 7 april 2026 heeft de rechtbank de gemachtigde van eiser een bericht gestuurd met de vraag of hij nog contact heeft met eiser. Op dezelfde dag heeft de gemachtigde van eiser meegedeeld dat hij op dit moment geen contact onderhoudt met eiser en ook niet bekend is met zijn verblijfplaats.
3.1.
Uit vaste rechtspraak volgt dat, als de vreemdeling met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de minister te laten weten waar hij verblijft, de vreemdeling nog belang heeft bij zijn beroep als uit recente informatie van zijn gemachtigde van na de MOB-melding blijkt dat deze nog contact onderhoudt met die vreemdeling over de procedure. Dit is alleen anders als er andere concrete aanknopingspunten zijn dat een vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland of dat hij anderszins geen actueel en reëel belang meer heeft. Daarbij moet er, in het licht van het fundamentele belang van recht op toegang tot de rechter en het bieden van doeltreffende en effectieve rechtsbescherming, voorzichtig omgegaan worden met het niet-ontvankelijk verklaren van een beroep op basis van een MOB-melding. [2]
3.2.
Gezien de hiervoor genoemde omstandigheden en gezien de informatie van de gemachtigde van eiser neemt de rechtbank aan dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en dat hij geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Ook is niet gebleken dat eiser zich na de MOB-melding weer heeft gemeld bij het COa. [3] Eiser heeft daarom geen rechtens te beschermen belang meer bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 juli 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2662).
3.Centraal Orgaan opvang asielzoekers.