Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 15.000 (vijftienduizend euro);
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft op 18 september 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor verblijf bij haar echtgenoot. De rechtbank heeft op 10 maart 2025 het eerste beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen een termijn van acht dan wel twintig weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
Ondanks deze uitspraak heeft de minister nog geen besluit genomen, waarop eiseres op 10 oktober 2025 opnieuw beroep instelde. De rechtbank oordeelt dat dit beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, omdat de minister de gestelde termijn heeft overschreden. De minister voert aan dat de aanvraag volgens het FIFO-principe pas in juni 2026 in behandeling wordt genomen en verzoekt om uitstel van behandeling of een ruime beslistermijn.
De rechtbank wijst dit af en stelt een nieuwe beslistermijn van twee weken na de uitspraak vast. Tevens legt zij een dwangsom op van € 50 per dag met een maximum van € 15.000, omdat de eerdere dwangsom onvoldoende prikkel bleek. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 467. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos op 11 juni 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen twee weken een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom en veroordeling in proceskosten.