ECLI:NL:RBDHA:2026:16238
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige betrokkenheid bij Gülen-beweging en niet tijdige indiening
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende man, diende op 21 juli 2023 een asielaanvraag in Nederland in, stellende dat hij vanwege zijn betrokkenheid bij de Gülen-beweging in Turkije vervolging vreest. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, onder meer omdat eiser niet tijdig een asielaanvraag had ingediend en zijn verklaringen over problemen door zijn betrokkenheid niet geloofwaardig waren.
De rechtbank toetste het besluit en concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk in de negatieve belangstelling van de Turkse autoriteiten staat. Zijn verklaringen over afwijzing voor ambtenaar, ontslag bij werkgevers en een lopend strafrechtelijk onderzoek werden als onvoldoende onderbouwd en tegenstrijdig beoordeeld. Ook werd het late indienen van de asielaanvraag niet als verschoonbaar gezien.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de aanvraag als kennelijk ongegrond heeft afgewezen en dat het beroep ongegrond is. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.