ECLI:NL:RBDHA:2026:16471
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 18 februari 2026 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling. Dit werd bevestigd door het feit dat eiser eerder een visum van Frankrijk had en Frankrijk het verzoek tot overname had aanvaard.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is omdat hij in Frankrijk geen stabiele opvang of bescherming heeft ontvangen en dat zijn familiebanden in Nederland een beschermingswaardig belang vormen. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast en dat de Dublinverordening geen grond biedt voor verblijf op basis van familiebanden.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen en dat het beroep kennelijk ongegrond is. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 17 juni 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond en wijst het af omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.