Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
( ) Nee
( ) Nee
( ) Nee
( ) Nee
( ) Nee
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn en een eerder door de rechtbank gestelde nadere termijn zijn overschreden. Er is een correcte ingebrekestelling en het beroep is tijdig ingesteld.
De rechtbank acht een nadere beslistermijn tot uiterlijk 11 augustus 2026 redelijk, rekening houdend met bijzondere omstandigheden zoals achterstanden bij de behandeling van asielaanvragen. Hiermee wordt voldaan aan de maximale termijn van 21 maanden zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt de minister op binnen de gestelde termijn een besluit te nemen. Tevens wordt een rechterlijke dwangsom van € 50 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd voor het geval de minister niet binnen deze termijn beslist. Daarnaast worden proceskosten van € 467 aan eiseres toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen 11 augustus 2026 een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.