ECLI:NL:RBDHA:2026:16567
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Slovenië op grond van Dublinverordening
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, diende op 22 januari 2026 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac-onderzoek bleek dat hij op 13 november 2025 in Slovenië een verzoek tot internationale bescherming had ingediend. Nederland verzocht Slovenië om terugname, wat werd aanvaard. Verweerder nam de asielaanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Slovenië verantwoordelijk is.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast mocht worden vanwege tekortkomingen in de opvang en asielprocedure in Slovenië, waaronder gebrek aan opvang, geen toegang tot advocaat en mishandeling. Hij verwees naar AIDA-rapporten en eerdere jurisprudentie. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel terecht werd toegepast, omdat de tekortkomingen niet structureel en zwaarwegend zijn en het AIDA-rapport geen aanleiding geeft tot nader onderzoek.
Verder stelde eiser dat het besluit onzorgvuldig tot stand kwam omdat hij niet goed gehoord was. De rechtbank stelde vast dat eiser was uitgenodigd voor twee gehoren, maar niet verscheen en geen verschoonbare redenen gaf. Verweerder had voldoende gelegenheid geboden om bezwaren kenbaar te maken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het bestreden besluit in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.