Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [nummer 1] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Inleiding
Beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar
Beroep tegen het bestreden besluit
mtnet [more than the normal emotional ties; toevoeging rechtbank] juist ziet op andere afhankelijkheid dan van emotionele aard”. De rechtbank is met eisers van oordeel dat deze opmerking van verweerder niet juist is, aangezien emotionele afhankelijkheid een belangrijk onderdeel vormt van de beoordeling of er sprake is van ‘bijkomende elementen van afhankelijkheid’ (zie ook overweging 6.2). Verweerder heeft dit ter zitting, desgevraagd, ook erkend. Deze onjuiste opmerking in het bestreden besluit leidt echter niet tot vernietiging van het bestreden besluit, aangezien verweerder in het bestreden besluit de emotionele banden en (gestelde) afhankelijkheid tussen referent en eisers wel degelijk heeft betrokken en, in samenhang met de overige elementen, heeft beoordeeld. Hierop gaat de rechtbank onder 6.6. nader in.
niet staande kan houden’ een onjuist criterium heeft gehanteerd. De rechtbank volgt dit standpunt niet. Uit de uitspraak van de Afdeling van 18 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3275, volgt dat voor het aannemen van ‘bijkomende elementen van afhankelijkheid’ niet vereist is dat een vreemdeling zonder referent (of andersom) niet zelfstandig kan functioneren, maar dat verweerder het antwoord op de vraag of een vreemdeling zonder referent (of andersom) zelfstandig kan functioneren – anders gezegd: het antwoord op de vraag of een vreemdeling exclusief afhankelijk is van een referent (of andersom) – wél als onderdeel mag betrekken bij zijn beoordeling. Verweerder heeft in het bestreden besluit, anders dan het geval was in de zaak die heeft geleid tot de uitspraak van zittingsplaats Amsterdam van 20 maart 2024, niet als algemeen uitgangspunt vooropgesteld dat ‘bijkomende elementen van afhankelijkheid’ alleen worden aangenomen als referent niet zelfstandig kan functioneren zonder eisers. Verder heeft verweerder in het bestreden besluit een beoordeling verricht waarbij hij alle (onder 6.2. genoemde) elementen, aan de hand van de aangevoerde individuele omstandigheden, heeft betrokken en in samenhang heeft bezien. Als onderdeel van die beoordeling, in het kader van het element ‘emotionele afhankelijkheid’, heeft verweerder ook betrokken dat niet is gebleken dat referent dusdanig emotioneel afhankelijk is van eisers dat hij zich zonder hen ‘niet staande kan houden’. Nu dit slechts een onderdeel van de totale beoordeling betreft, is dit naar het oordeel van de rechtbank niet in strijd met het beoordelingskader zoals de Afdeling uiteengezet heeft in de hiervoor genoemde uitspraak van 18 juli 2025.
Verzoek om schadevergoeding
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot betaling aan eisers van een schadevergoeding van € 1.852,-;
- veroordeelt de Staat tot betaling aan eisers van een schadevergoeding van € 648,-;
- bepaalt dat verweerder aan eisers het door hen betaalde griffierecht van € 184,- moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van (€ 467,- + € 233,50 =) € 700,50;
- veroordeelt de Staat in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 233,50.