ECLI:NL:RBDHA:2026:16637
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid gedwongen uithuwelijking en beschermingsalternatief
Eiseres, een Somalische vrouw, verzocht om asiel vanwege gedwongen uithuwijking door haar oom en de daaruit voortvloeiende dreiging voor haar veiligheid. Zij stelde dat haar oom haar wilde uithuwelijken aan zijn zoon en haar mishandelde toen zij dit weigerde. Na een incident waarbij haar oom haar vastbond, vluchtte zij uit Somalië uit vrees voor haar leven.
De minister wees de asielaanvraag af omdat het verhaal over de uithuwijking niet geloofwaardig werd geacht en omdat eiseres niet voldeed aan het beleid voor alleenstaande vrouwen, aangezien zij nog contact had met haar moeder die in een relatief veilige plaats verbleef. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht het beschermingsalternatief van die plaats had aangewezen en dat de verklaringen van eiseres onvoldoende samenhangend en aannemelijk waren.
De rechtbank verwierp ook de stelling dat eiseres een reëel risico liep op willekeurig geweld bij terugkeer en dat er geen adequate opvang zou zijn. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter J.J. Janssen op 28 mei 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.