Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 5 januari 2026 in de zaak tussen
[eiser] en [eiseres] , uit [woonplaats] , eisers
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,
de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid).
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
(de rechtbank leest: koopovereenkomst). Als onderdeel van de overeenkomst zijn de bouwvoorschriften bindend op een privaatrechtelijke basis. Dit houdt onder andere in dat bij aankoop van een kavel voor particulier opdrachtgeverschap de (in aantal beperkte) regels uit ‘Handvatten voor uw architect’ prevaleren boven de regels uit het bestemmingsplan.” De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat daaruit volgt dat kopers zich privaatrechtelijk hebben verbonden tot nakoming van de ontwerpnormen van de Commissie Esthetiek. [7] De Handvatten gelden daarom niet als publiekrechtelijk toetsingskader, zodat bij de advisering door de Commissie Esthetiek geen sprake is de uitoefening van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt het college tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 1.300,-;
- veroordeelt de Staat tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 1.200,-.