ECLI:NL:RBDHA:2026:16861
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn aanvraag van 18 juni 2025 om een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging nareis asiel. Volgens eiser heeft de minister niet binnen de wettelijke beslistermijn van negen maanden een besluit genomen.
De rechtbank stelt vast dat eiser op 16 maart 2026 een ingebrekestelling heeft ingediend, waarin hij de minister verzoekt alsnog binnen twee weken te beslissen. Deze ingebrekestelling is echter te vroeg ingediend, omdat de beslistermijn pas op 18 maart 2026 zou verstrijken. Hierdoor is het beroep niet ontvankelijk verklaard, omdat eerst de beslistermijn moet zijn verstreken voordat beroep kan worden ingesteld.
De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om partijen uit te nodigen voor een zitting en heeft geen proceskostenveroordeling opgelegd. De minister heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de beslistermijn te verlengen. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier M.H.G.P. Tober op 4 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.