ECLI:NL:RBDHA:2026:16884
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf gezinshereniging
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging nareis asiel. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 27 mei 2025 waarin de minister werd opgedragen binnen acht weken te beslissen. Deze termijn is inmiddels verstreken zonder dat een besluit is genomen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is, ook zonder ingebrekestelling, vanwege de uitdrukkelijke termijn in de eerdere uitspraak. De minister heeft geen verweerschrift ingediend, waardoor onduidelijk is wanneer alsnog een besluit wordt genomen. Daarom legt de rechtbank een termijn van twee weken op waarbinnen de minister moet beslissen.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd met een maximum van € 15.000,- voor het overschrijden van deze termijn. De rechtbank wijst erop dat een eerdere bestuurlijke dwangsom niet via de bestuursrechter kan worden afgedwongen. Tot slot krijgt eiser een proceskostenvergoeding van € 467,- en wordt het griffierecht vergoed.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen twee weken alsnog te beslissen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.