ECLI:NL:RBDHA:2026:16887
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen beëindiging tijdelijke bescherming derdelander Oekraïne
Eiser, een derdelander uit Nigeria met tijdelijke verblijfsvergunning in Oekraïne, kreeg in Nederland facultatieve tijdelijke bescherming op grond van de EU-Richtlijn tijdelijke bescherming. De minister beëindigde deze bescherming per 4 september 2023 en legde een terugkeerbesluit op, waartegen eiser beroep instelde.
Na een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State werd het beëindigingsbesluit op 31 januari 2024 ingetrokken, waardoor het recht op tijdelijke bescherming van rechtswege verlengd werd tot 4 maart 2024. Eiser handhaafde zijn beroep, maar de rechtbank oordeelde dat hij geen procesbelang meer had omdat het intrekken van het besluit het beoogde doel al bereikte.
De rechtbank besloot daarom het beroep niet-ontvankelijk te verklaren zonder inhoudelijke behandeling. Er werden geen kosten toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter J.M. Emaus en griffier I.S. Pruijn op 12 juni 2026 te Den Haag.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.