ECLI:NL:RBDHA:2026:17015
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij Dublinbesluit asielaanvraag
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, diende op 19 februari 2026 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac-onderzoek bleek dat hij eerder op 4 mei 2025 een verzoek om internationale bescherming in Kroatië had ingediend. Nederland verzocht Kroatië om terugname van eiser op grond van de Dublinverordening, welke Kroatië op 25 maart 2026 aanvaardde. Verweerder nam de asielaanvraag van eiser niet in behandeling omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser stelde dat hij bescherming zocht in Nederland, maar de rechtbank moest eerst beoordelen of hij procesbelang had bij het beroep. De rechtbank stelde vast dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde over terugkeer naar Nederland. De gemachtigde gaf aan dat eiser niet wenst terug te keren. Hierdoor concludeerde de rechtbank dat eiser geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang en deed geen inhoudelijke beoordeling van het besluit. Eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter A. Hello op 4 juni 2026 te Rotterdam.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland.