Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
b. eerder een besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht de Europese Unie dan wel Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
c. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;
d. in verband met zijn aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens heeft verstrekt over zijn identiteit, nationaliteit of de reis naar Nederland of een andere lidstaat;
e. zich zonder noodzaak heeft ontdaan van zijn reis- of identiteitsdocumenten;
p. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 heeft gehouden;
r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
9 juni 2026 in bewaring gesteld op de asielgrondslag (artikel 59b) vanwege zijn asielaanvraag. Nadat hij op 14 juni 2026 zijn asielaanvraag heeft ingetrokken, is de bewaringsmaatregel omgezet. Op 16 juni 2026 is met eiser een vertrekgesprek gevoerd en op 17 juni 2026 is de lp-aanvraag doorgestuurd naar de afdeling DIA van DT&V. Ter zitting is toegelicht dat de lp-aanvraag op korte termijn aan de Algerijnse autoriteiten zal worden verstuurd. Er zijn op dit moment geen indicaties dat Algerije geen lp voor eiser zal verstrekken binnen een redelijke termijn na indiening van de lp-aanvraag.