Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
Overwegingen
( ) Nee
( ) Nee
( ) Nee
( ) Nee
( ) Nee
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 22 juni 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende een asielaanvraag waarbij de minister van Asiel en Migratie niet tijdig een besluit had genomen. De rechtbank constateerde dat de beslistermijn, zoals bedoeld in artikel 31 van Pro de Procedurerichtlijn en artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, was overschreden. De minister had de beslistermijn verlengd met negen maanden, maar deze verlenging was onvoldoende gemotiveerd en daarmee niet rechtsgeldig.
De rechtbank verklaarde het beroep van eiser gegrond, vernietigde het besluit dat gelijkgesteld kon worden aan het niet tijdig nemen van een besluit en droeg de minister op binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens werd een rechterlijke dwangsom van € 50 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd voor het geval de minister niet binnen de gestelde termijn zou beslissen.
Daarnaast wees de rechtbank proceskosten toe aan eiser ter hoogte van € 467, gebaseerd op de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie. De rechtbank benadrukte dat bij overschrijding van de beslistermijn de rechterlijke dwangsom van toepassing is, ook in het licht van de gewijzigde wetgeving omtrent dwangsommen in asielzaken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit vernietigd en de minister opgedragen binnen twee weken een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.