Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2] , eisers,V-nummer: [V-nummer 1] V-nummer: [V-nummer 2]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 467 (vierhonderdzevenenzestig euro).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht toegewezen.
De aanvraag werd ingediend op 19 september 2024, met een beslistermijn van 90 dagen die met drie maanden werd verlengd. De minister had uiterlijk 18 maart 2025 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eisers stelden de minister op 18 november 2025 rechtsgeldig in gebreke en dienden op 8 december 2025 het beroep in, dat tijdig werd geacht.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en legt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €50 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd. De rechtbank wijst het verzoek om vaststelling van een bestuurlijke dwangsom af vanwege de nieuwe wetgeving. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van €467.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een beslistermijn van acht weken en een dwangsom op, en veroordeelt de minister in de proceskosten.