Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2] , eisers,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 467 (vierhonderdzevenenzestig euro).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen.
De aanvraag werd ingediend op 14 maart 2024, waarna de minister op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen 90 dagen moest beslissen. Deze termijn is met drie maanden verlengd, maar de minister heeft geen besluit genomen binnen de uiterste datum van 12 september 2024. De minister hanteert het fifo-principe, waardoor de aanvraag pas in september 2026 in behandeling wordt genomen.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig beslissen een besluit gelijkstaat en legt op grond van de Awb een termijn van acht weken op waarbinnen een besluit moet worden genomen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €50 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd. De rechtbank wijst het beroep toe en veroordeelt de minister in de proceskosten van €467.
De rechtbank wijst het verzoek van de minister af om het beroep aan te houden en bevestigt dat het fifo-principe geen aanleiding geeft tot een ruimere beslistermijn dan de door de Afdeling bestuursrechtspraak vastgestelde termijnen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een beslistermijn van acht weken op en een dwangsom van €50 per dag bij overschrijding.