Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn en een eerder gestelde nadere termijn zijn overschreden en dat het beroep gegrond is. De rechtbank stelt een nieuwe beslistermijn vast tot uiterlijk 15 juli 2026, waarbij rekening wordt gehouden met bijzondere omstandigheden zoals achterstanden bij de behandeling van asielaanvragen.
De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt de minister van Asiel en Migratie op om binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een rechterlijke dwangsom van € 50 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd voor het geval de minister niet binnen deze termijn beslist.
Daarnaast worden proceskosten aan eiser toegekend ter hoogte van € 467. De rechtbank baseert haar oordeel op de toepasselijke wettelijke bepalingen, waaronder de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht, en houdt rekening met de recente wetswijzigingen en jurisprudentie. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie.