ECLI:NL:RBDHA:2026:17119
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vrijwillig vertrek uit Nederland in asielprocedure
Eiser, een Keniaanse nationaliteit, diende op 10 april 2025 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister wees deze aanvraag op 21 juli 2025 af als ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen deze afwijzing.
Op 16 juni 2026 informeerde de minister de rechtbank dat eiser Nederland vrijwillig had verlaten. De gemachtigde van eiser gaf aan geen contact meer te hebben met eiser en kon daarom niet inhoudelijk reageren. De rechtbank moest beoordelen of eiser nog procesbelang had bij de behandeling van het beroep.
De rechtbank overwoog dat procesbelang vereist is om het beroep te kunnen behandelen en dat dit ontbreekt indien het doel van het beroep niet meer kan worden bereikt. Uit het meldingsformulier bleek dat eiser op 2 juni 2026 had ingestemd met vrijwillig vertrek en dat alle openstaande procedures werden beëindigd. Hierdoor was het procesbelang komen te vervallen.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen prijs meer stelde op internationale bescherming in Nederland en verklaarde het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang door vrijwillig vertrek uit Nederland.