ECLI:NL:RBDHA:2026:17123
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van een Iraakse asielzoeker tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, ongegrond verklaard. De minister had het besluit genomen op grond van de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser stelde dat hij vreest voor indirect refoulement bij overdracht aan Duitsland, omdat hij als Jezidi in Irak gevaar loopt. De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel inhoudt dat lidstaten mogen vertrouwen op de correcte behandeling van asielzoekers door andere lidstaten. Er is geen sprake van systeemfouten in Duitsland die dit vertrouwen ondermijnen.
De rechtbank wees het beroep af en oordeelde dat er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die overdracht aan Duitsland van onevenredige hardheid maken. Ook het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.