ECLI:NL:RBDHA:2026:17131
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering 15c-beoordeling Jemen
Eiser, een Jemenitische asielzoeker, diende op 20 juli 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De minister wees deze aanvraag tweemaal af als kennelijk ongegrond, waarbij de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in eerdere procedures al oordeelden dat de minister onvoldoende had gemotiveerd dat in bepaalde Jemenitische provincies geen sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 15c van de Kwalificatieverordening.
In de huidige procedure betwist de rechtbank opnieuw de motivering van de minister. De minister baseert zich op het beleid dat Al Mahra en Hadramaut vrijwel gevrijwaard zijn van gevechtshandelingen en dat de humanitaire situatie in deze provincies niet wordt beïnvloed door oorlogsmethoden. De rechtbank oordeelt dat deze motivering onvoldoende is omdat niet is onderbouwd dat deze provincies zelfvoorzienend zijn en niet indirect worden beïnvloed door het conflict in omliggende gebieden.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser. De overige beroepsgronden worden niet behandeld vanwege het gegrond verklaren van het beroep op de motiveringsgrond.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de 15c-beoordeling.