Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
CF en DNvan het Hof van Justitie van 10 juni 2021 [7] , alle relevante omstandigheden globaal moeten worden beoordeeld. Daarbij wordt niet uitsluitend gekeken naar het aantal burgerslachtoffers, maar ook naar onder meer de intensiteit en duur van het conflict, het organisatieniveau van de strijdende partijen, de geografische omvang van het geweld en de bestemming van een vreemdeling bij terugkeer. Volgens de minister moeten daarbij, gelet op de uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025 [8] , ook de humanitaire omstandigheden worden betrokken, voor zover deze het directe of indirecte gevolg zijn van het handelen of nalaten van conflictpartijen in het kader van een lopend gewapend conflict. Algemene sociaaleconomische problemen, klimaatfactoren en de cumulatieve gevolgen van een langdurige oorlog vallen volgens de minister niet binnen dit beoordelingskader. De minister stelt verder dat humanitaire omstandigheden niet bepalend zijn voor de uitkomst, maar slechts één van de mee te wegen factoren vormen. Op basis van de beschikbare landeninformatie bestaat daarom geen aanleiding om voor Jemen uit te gaan van de hoogste gradatie van willekeurig geweld. Daarbij geldt volgens de minister dat de gehanteerde gradaties een beleidsmatig hulpmiddel vormen met ruimte voor een glijdende schaal, waarbij in individuele zaken steeds ook de persoonlijke omstandigheden en eventuele risicoverhogende factoren van de vreemdeling worden betrokken.
CF en DNvan het Hof van Justitie van 10 juni 2021 [10] afgeleid dat alle relevante omstandigheden ‘
globaal’ moeten worden beoordeeld. Volgens de rechtbank suggereert dit een afstandelijke beoordeling. De rechtbank wijst in dit verband op andere taalversies van het arrest. In de Engelse versie wordt gesproken over een ‘
comprehensive appraisal of all the relevant circumstances’maken. De Franse versie heeft het over ‘
une prise en compte globale de toutes les circonstances’ en de Duitse versie over ‘
eine umfassende Berücksichtigung aller Umstände des Einzelfalls’. Deze formuleringen duiden op een integrale en indringende beoordeling van alle relevante omstandigheden.
‘comprehensive appraisal’worden aangemerkt. Door uit te gaan van een globale weging bestaat het risico dat niet alle relevante omstandigheden, waaronder de humanitaire omstandigheden, voldoende indringend worden betrokken. Een allesomvattende beoordeling van de relevante omstandigheden brengt immers met zich dat alle omstandigheden worden meegewogen en het relatieve gewicht van elke omstandigheid afhankelijk is van de mate waarin deze omstandigheden bijdragen aan willekeurig geweld en burgerslachtoffers. De rechtbank sluit in haar beoordeling aan bij de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank, zittingsplaats Den Haag, van 14 april 2026. [11]
‘15c beoordeling Jemen’van 18 juni 2025 en de daarbij behorende stukken in haar beoordeling. In de bijlage is wel een overzicht opgenomen van de humanitaire situatie in Jemen van 2008 tot heden. [12] Daarin staat onder meer dat de humanitaire situatie door het conflict is verergerd. Zo leidde de escalatie in de Rode Zee tot een daling van het aantal vrachtschepen dat Jemen aandeed, terwijl het land voor de voedselvoorziening in grote mate afhankelijk is van import. Ook kampt Jemen met aanhoudende voedselonzekerheid. Verder blijkt dat strijdende partijen oorlogsmethoden gebruikten die invloed hadden op de toegang tot water en voedsel. Uit de bijlage en de daarbij behorende stukken blijkt echter niet op welke wijze de minister deze humanitaire omstandigheden, als direct of indirect gevolg van het handelen en/of nalaten van een actor van ernstige schade in het kader van willekeurig geweld, heeft meegewogen in de beoordeling van Aden, dan wel het regeringsgebied waarvan Aden deel uitmaakt.
uit het ambtsbericht blijkt (…).’ [13] De informatie over de humanitaire situatie die daaraan voorafgaat en waarin naar verschillende bronnen wordt verwezen, komt in die conclusie niet meer terug. De bijlage lijkt zich daarmee vooral te baseren op het Algemeen Ambtsbericht Jemen april 2025 en niet op alle andere informatie die eerder in de bijlage is uiteengezet. Voor de rechtbank is daarom onduidelijk of die informatie daadwerkelijk is betrokken bij de beoordeling op grond van artikel 15 onderdeel Pro c. De rechtbank merkt verder op dat de minister in het verweerschrift heeft gesteld dat Aden in het Algemeen Ambtsbericht Jemen april 2025 niet wordt genoemd als één van de provincies die het meest met voedselonzekerheid kampen. Deze informatie gebruikt de minister ter onderbouwing van zijn standpunt dat de humanitaire situatie in Aden niet is verslechterd en daarom geen sprake is van het hoogste niveau van willekeurig geweld. De rechtbank is echter van oordeel dat de minister daarbij niet alle relevante informatie heeft betrokken. In dezelfde passage uit het Algemeen Ambtsbericht staat namelijk dat het percentage inwoners dat leed onder onvoldoende voedselconsumptie in december 2024 zowel in regeringsgebied, waartoe Aden behoort, als in Houthi-gebied was gestegen ten opzichte van begin 2024. [14]